IRC – Ogier wint Monte Carlo, Loix tweede

24/01/09 01:30

Sébastien Ogier heeft met een Peugeot 207 S2000 van Kronos de IRC-rally van Monte Carlo gewonnen. Ogier haalde het in een denderende rally van stalgenoot Freddy Loix. Stéphane Sarrazin, ook al in een Peugeot, werd derde.

Niet minder dan 7 miljoen kijkers hebben de live-uitzendingen van de Monte Carlo op de kanalen van Eurosport gevolgd. Vooral de rechtstreekse beelden van de Turini-proeven op vrijdagavond waren indrukwekkend en een mijlpaal voor de sport. Komend seizoen zal Eurosport het experiment nog een drietal keer herhalen, met de bedoeling om vanaf 2011 alle rally’s live vanop de chronoritten op de buis te brengen.

Skoda was de grote smaakmaker van deze Monte Carlo. Met de Fabia S2000 eiste Juho Hanninen de koppositie op, maar een ferme slipper op de slotdag stuurde de snelle Fin naar het opgavepark. Hanninens teamgenoot Jan Kopecky liet ook flitsen zien, maar de Tsjech werd geplaagd door een haperende stuurbekrachtiging en strandde op een vierde plaats.

Telkens weer was het gokken met de banden op proeven met afwisselend sneeuw, ijs en gewone nattigheid. Wie verkeerd rubber koos, kreeg meteen flink wat kletsen om de oren. Loix zat doorgaans goed met zijn banden, vooral omdat hij zich niet aan een gok liet verbranden. Fast Freddy dacht in de Monte Carlo eerst en vooral aan het kampioenschap, en niet aan de zege. Een lekke band vrijdagmorgen, nadat hij op brokstukken van de gecrashte Skoda van Hanninen of de verhakkelde Peugeot van Meeke was gereden, telde Loix uit voor de overwinning. De Kronos-rijder legde zich dan maar bij de 8 punten van de tweede plaats neer, terwijl zijn teamgenoot en titelverdediger Nicolas Vouilloz na een slipper niet scoorde.

Pijlsnel was Sarrazin, die uitgestuurd was door Peugeot Sport. Maar de Fransman maakte net iets teveel fouten om te kunnen winnen. Ogier, in 2008 wereldkampioen bij de juniors, speelde het dan weer behoedzaam en werd al bij al nog makkelijk eindwinnaar van een boeiende Monte.

Abarth kwam er met zijn officiële rijders Giandomenico Basso, slechts vijfde, en Anton Alen niet aan te pas. Alen gaf op de verbinding naar het podium op en verloor zo nog een zesde plaats. Snelste Abarth-rijder was Toni Gardemeister in een Punto van Astra. Gardemeister stond tweede, toen hij vòòr de tweede run over de Turini met pech moest opgeven.